Beleidsontwikkeling: verplichte e-facturatie in Nederland

De contourenbrief van 11 september 2026 maakt B2B e-facturatie verplicht per 1 juli 2030. Kabinetsbesluit, eDelivery-advies van de Belastingdienst en het EY-rapport.

Op 11 september 2026 heeft het kabinet gekozen. Binnenlandse B2B e-facturatie wordt verplicht per 1 juli 2030. Digitale rapportage over binnenlandse facturen volgt per 1 juli 2031. Dat staat in de contourenbrief elektronisch factureren en rapporteren aan de Tweede Kamer (kenmerk 2026D42856). Het is kabinetsbeleid, nog geen wet.

Twee eerdere stukken blijven de onderbouwing, in deze volgorde van gewicht: eerst de brief, daarna het eDelivery-advies van de werkgroep van 31 juli 2026 (Belastingdienst, NPa, RDI en marktpartijen), en tot slot het EY-rapport van januari 2026 als marktanalyse. Waar die adviezen afwijken van de brief, geldt de brief.

In het kort: e-facturatie B2B per 1 juli 2030, rapportage van intracommunautaire verwervingen per 1 juli 2030, digitale rapportage over binnenlandse facturen per 1 juli 2031. Alleen EN 16931 binnenlands. Peppol is aanbevolen, maar nog niet voorgeschreven. Internetconsultatie in het najaar van 2026.

Contourenbrief

Het kabinet legt naast de EU-plicht voor grensoverschrijdende handel ook een binnenlandse B2B-plicht op. Alle ondernemers moeten per 1 juli 2030 elektronische facturen versturen. Per 1 juli 2031 rapporteren zij een selectie van gegevensvelden uit die binnenlandse facturen aan de Belastingdienst. Motieven: versterking van de digitale economie, minder administratieve lasten op termijn, en betere handhaving.

VraagBesluitElektronische facturatie voor nationale B2B?Ja, per 1 juli 2030Digitale rapportage voor nationale B2B?Ja, per 1 juli 2031Rapportage van intracommunautaire verwervingen?Ja, per 1 juli 2030Aparte drempel voor micro-ondernemers?Nee, alleen de bestaande drempel voor kleine ondernemersExtra normen naast EN 16931 binnenlands?Nee

Voor KOR-ondernemers geldt geen binnenlandse e-facturatieplicht. Bestaande uitzonderingen rond factureren blijven voor zover mogelijk gehandhaafd. Of KOR-ondernemers bij intracommunautaire verwervingen wél moeten rapporteren, werkt het kabinet nog uit.

Wat ViDA al voorschrijft

ViDA (VAT in the Digital Age) verplicht vanaf 1 juli 2030 elektronische facturen en digitale rapportage bij grensoverschrijdende B2B in de EU. De uitreiktermijn voor die facturen wordt 10 dagen na de prestatie. Rapportage gaat per factuur, bijna realtime. Dat vervangt de huidige geaggregeerde ICP-opgave. Lidstaten mogen dezelfde lijn ook nationaal trekken. Nederland doet dat.

Waarom ook binnenlands

Het kabinet wijst op carrouselfraude: die wordt zichtbaar ná een grensoverschrijdende schakel. Zonder nationale rapportage blijft dat deel van de keten onvoldoende in beeld. Omliggende landen kiezen eveneens voor rapportage, onder meer Frankrijk, België, Duitsland, Polen en Italië. Zonder Nederlandse plicht bestaat het risico dat fraude hierheen verschuift.

Italië noemt een daling van het btw-gat tot 25% over 2017-2019. Hongarije wordt in dezelfde internationale lijn genoemd. De brief tekent aan dat die landen niet één-op-één vergelijkbaar zijn met Nederland.

Ondernemers voelen de baten van e-facturatie het eerst: onafhankelijke analyses komen op 55 tot 70% kostenbesparing per factuur ten opzichte van papier, met richtwaarden rond € 5 tot € 6 per verzonden factuur en € 8 per ontvangen factuur. Digitale rapportage levert minder directe baten. Het kabinet ziet die vooral in een gelijker speelveld en gerichter toezicht. De Belastingdienst kan de gegevens ook gebruiken om fouten te signaleren vóór de btw-aangifte.

Privacy en datagebruik

Factuurgegevens bij de Belastingdienst dienen dienstverlening, toezicht op aangiften, en opsporing van fraude en witwassen. Het wetsvoorstel gaat ter advisering naar de Autoriteit Persoonsgegevens. Er volgt een Data Protection Impact Assessment. Toegang wordt gelogd, beperkt tot wie de gegevens nodig heeft, en gemonitord. Risicomodellen worden vooraf getest. De rapportagedataset blijft beperkt tot de Europese subset. De voorgenomen bewaartermijn is tien jaar. De huidige fiscale bewaartermijn voor de omzetbelasting is twaalf jaar.

Het kabinet koppelt dit aan digitale autonomie: de Belastingdienst moet minder afhankelijk worden van een beperkt aantal, veelal niet-Europese, technologieleveranciers.

Sira Consulting brengt de administratieve lasten in kaart. Daarnaast volgen een MKB-toets, een bedrijfseffectentoets en een uitvoeringstoets bij de Belastingdienst.

Infrastructuur: nog open

De keuze voor het netwerk waarover e-facturen lopen is uitgesteld. Tot oktober 2026 onderzoekt het kabinet interoperabiliteit, de relatie tussen e-facturatie en rapportage, veilige data-uitwisseling, mededinging en toezicht. EY adviseerde Peppol voor te schrijven, het netwerk dat in Nederland al verplicht is voor facturatie aan de rijksoverheid. Het kabinet noemt dat advies, maar weegt ook de European Business Wallet mee. Peppol is dus niet voorgeschreven.

Zonder voorgeschreven infrastructuur bestaat het risico dat een ondernemer met boekhoudsysteem A zijn e-factuur niet rechtstreeks kan sturen naar een ondernemer met boekhoudsysteem B.

Wetgevingstijdpad
MijlpaalWanneerOnderzoek digitale infrastructuurTot oktober 2026Internetconsultatie conceptwetsvoorstelNajaar 2026Wetsvoorstel naar de Tweede KamerVóór het zomerreces van 2027Parlementaire behandeling afgerondVóór 1 juli 2028Binnenlandse e-facturatie en ICV-rapportage1 juli 2030Binnenlandse digitale rapportage1 juli 2031

Het kabinet wil de behandeling twee jaar vóór inwerkingtreding afronden, zodat ondernemers en de Belastingdienst kunnen testen.

eDelivery-advies van de Belastingdienst

Op 31 juli 2026 publiceerde de werkgroep eDelivery haar definitieve advies. Deelnemers: de Belastingdienst, de Nederlandse Peppolautoriteit (NPa), de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI), softwareontwikkelaars en Peppol-dienstverleners. eConnect nam deel. Het advies toetst of Peppol geschikt is als kanaal voor de e-rapportage aan de Belastingdienst onder ViDA.

De werkgroep oordeelt dat Peppol een goede basis is, mits extra voorwaarden. Overwegingen: brede Europese adoptie, een protocol voor e-factuur én e-rapportage, een decentrale opzet en bestaande governance. Dat blijft een advies. De contourenbrief heeft Peppol niet voorgeschreven.

Wat de Belastingdienst vraagt

Intracommunautaire e-rapportages gaan naar het Europese VIES-systeem en worden door andere lidstaten gebruikt. De Belastingdienst wil daarvoor een gekwalificeerde elektronische verzegeling. Een zegel hoort bij de organisatie, niet bij een persoon. Dat past bij facturen en rapportages die software automatisch verstuurt.

Verwachte volumes: circa 150 miljoen intracommunautaire en 1,5 miljard binnenlandse e-rapportages per jaar.

De Belastingdienst ziet een groeipad naar de European Business Wallet. Omdat die bij de start van ViDA-DRR nog onvoldoende in gebruik zal zijn, is eerst een ander kanaal nodig dat de eIDAS-eisen zoveel mogelijk volgt.

Voorwaarden uit het advies

Het advies noemt veertien eisen. Die gaan over identificatie van verzender en ontvanger, het aantonen wie heeft verstuurd, de bevoegdheid namens de organisatie, de integriteit van het bericht, de juridische bewijswaarde, het audittrail, de bewaarplicht, betrouwbare tijdstempels, het bewijs van verzending en ontvangst, de koppeling met eIDAS, nationaal toezicht op de registratie, en onafhankelijke governance.

Marktpartijen vragen daarnaast nationale zeggenschap als vangnet, identificatie via eHerkenning bij registratie van een Nederlandse onderneming, ontkoppeling van verzenden en ontvangen (geen koppelverkoop van die rollen), een nationaal accreditatieproces per rol, en aandacht voor extra kosten bij het MKB.

De NPa adviseert de dataset van de e-rapportage tot het noodzakelijke te beperken. Een statusbericht dat alleen zegt dat het bericht is afgeleverd, is iets anders dan een inhoudelijke terugmelding van de Belastingdienst. Voor dat laatste is een oplossing nodig die lijkt op Invoice Response.

Wie een ander netwerk voor facturen gebruikt, moet de e-rapportage volgens het advies tóch via Peppol kunnen laten lopen. Als primaire identifier voor Nederlandse ondernemingen noemt het advies het KvK-nummer.

EY-rapport

Het rapport "ViDA e-facturatie en digitale rapportage" (januari 2026, 161 pagina's) blijft de marktanalyse. Het kabinet bood het in februari 2026 aan de Kamer aan. De daarin voorgestelde datums zijn achterhaald. EY wilde ICV-rapportage achterwege laten; het kabinet voert die wél in.

EY vergeleek drie modellen. Peppol kwam als aanbevolen infrastructuur uit de bus: decentraal, via gecertificeerde dienstverleners, al in gebruik bij de rijksoverheid. Een Frans model met centraal overheidsportaal achtte EY te complex. Een nieuw nationaal platform te duur en te lang. In de wettekst stelde EY "een erkend netwerk dat aan bepaalde eisen voldoet" voor, met Peppol in de toelichting. Die formule past bij het openstaande infrastructuurbesluit.

Per verzonden factuur rekent EY gemiddeld € 5,28 besparing, per ontvangen factuur € 8,40. Bij 1,8 tot 2 miljard Nederlandse facturen per jaar komt dat op € 10 tot 12 miljard. Slechts 33 tot 35% van het MKB gebruikt structureel factureringssoftware. 76 tot 78% kent Peppol niet. 66 tot 72% is niet op de hoogte van ViDA. Slechts 38,6% van de facturen aan het grootbedrijf wordt op tijd betaald.

EY wilde bredere uitzonderingen (KOR, meer dan 90% B2C, bepaalde vrijgestelde prestaties) en in plaats van ICV-rapportage het btw-tijdvak verkorten naar een maand. Het kabinet houdt het bij de bestaande KOR-drempel en kiest wél voor ICV-rapportage per 1 juli 2030. Technisch sloot EY aan bij wat het kabinet later overnam: EN 16931 als enige norm, UBL en CII beide toegestaan, geen instemmingsvereiste van de ontvanger, geen extra velden bovenop ViDA.

De Belgische start per 1 januari 2026 laat zien dat knelpunten vooral bij onervaren nieuwe dienstverleners lagen, niet bij Peppol zelf. Het aantal Peppol-dienstverleners groeide daar naar circa 300.

OnderwerpEY (januari 2026)Contourenbrief (september 2026)Binnenlandse B2B e-facturatie1 januari 20301 juli 2030Binnenlandse digitale rapportage1 januari 2032 tot 1 oktober 20321 juli 2031ICV-rapportageNiet invoerenWel, per 1 juli 2030Peppol voorschrijvenAanbevolenNog geen besluit
Wat betekent dit voor jou?

De richting is vastgelegd: gestructureerde e-facturen worden de standaard voor B2B in Nederland. De datum is 1 juli 2030, niet 1 januari 2030. Wie nu al via Peppol factureert, werkt al met EN 16931, de enige binnenlandse norm die het kabinet toestaat. De keuze voor het netwerk volgt later in 2026. De internetconsultatie is het moment om op het wetsvoorstel te reageren.

eConnect volgt de consultatie en het infrastructuurbesluit en informeert klanten zodra daar iets in verandert.

Veelgestelde vragen
Wanneer wordt e-facturatie verplicht in Nederland?

Het kabinet heeft op 11 september 2026 gekozen voor verplichte elektronische facturatie bij binnenlandse B2B-transacties per 1 juli 2030. Digitale rapportage over die binnenlandse facturen gaat een jaar later in, per 1 juli 2031. Rapportage van intracommunautaire verwervingen start tegelijk met de EU-plicht, op 1 juli 2030. Dit is kabinetsbeleid, nog geen wet. De internetconsultatie volgt in het najaar van 2026. Het wetsvoorstel moet vóór het zomerreces van 2027 bij de Tweede Kamer liggen, de parlementaire behandeling vóór 1 juli 2028.

Is Peppol al de verplichte infrastructuur?

Nee. De werkgroep eDelivery en EY adviseren Peppol als basis, omdat het netwerk in Nederland al draait voor facturatie aan de rijksoverheid. Het kabinet heeft Peppol niet voorgeschreven. Tot oktober 2026 onderzoekt het de infrastructuur verder en weegt het de European Business Wallet mee. Zonder keuze bestaat het risico dat e-facturen tussen verschillende boekhoudsystemen niet uitwisselbaar zijn.

Geldt de verplichting ook voor KOR-ondernemers?

Voor KOR-ondernemers geldt geen binnenlandse e-facturatieplicht. Het kabinet voert geen aparte extra drempel in voor micro-ondernemers naast de bestaande drempel voor kleine ondernemers. Bestaande uitzonderingen rond factureren blijven voor zover mogelijk gehandhaafd. Of KOR-ondernemers bij intracommunautaire verwervingen wél moeten rapporteren, is in de contourenbrief nog niet uitgewerkt.

Wat is het verschil tussen e-facturatie en digitale rapportage?

E-facturatie is het versturen van een gestructureerde factuur (EN 16931) tussen ondernemers. Digitale rapportage is het doorgeven van een beperkte set gegevens uit die factuur aan de Belastingdienst, per factuur en bijna realtime. In Nederland gaan die sporen niet op dezelfde dag in: e-factureren per 1 juli 2030, binnenlands rapporteren per 1 juli 2031. Voor grensoverschrijdende transacties vallen beide onder de EU-plicht per 1 juli 2030.

Wat staat er in het eDelivery-advies van de Belastingdienst?

De werkgroep (Belastingdienst, NPa, RDI en marktpartijen) oordeelt dat Peppol een goede basis is voor de e-rapportage, mits extra voorwaarden. Voor rapportages die naar VIES gaan, wil de Belastingdienst een gekwalificeerde verzegeling van de organisatie, niet van een persoon. Het advies blijft input voor het infrastructuuronderzoek tot oktober 2026. Het kabinet heeft daarin nog geen keuze gemaakt.


Wil je je voorbereiden op verplichte e-facturatie? Start vandaag met het gratis Invoice Portal en ervaar hoe e-facturatie via Peppol werkt.

Gratis starten

Schrijf je in voor de update